Onrechtmatig verkregen bewijs in het bestuursrecht

Hoewel in het strafrecht men allang zijn schouders ophaalt wanneer politie en justitie onrechtmatig verkregen bewijs gebruikt om iemand veroordeeld te krijgen, merkten onze cliënte dat in het bestuursrecht de rechter gelukkig wel aan rechtsbescherming doet en een streep zette door het handelen van een gemeente. Wat was er aan de hand?

Mijn cliënte ontving sinds jaar en dag een bijstandsuitkering van haar gemeente omdat zij zichzelf niet in haar levensonderhoud kon voorzien. Op een gegeven moment had zij een nieuwe relatie gekregen met haar huidige partner en logischerwijs kwam die partner natuurlijk ook bij haar over de vloer. Op dat moment was die relatie echter nog niet zodanig dat er meteen sprake was van een gemeenschappelijk huishouding. Cliënte woonde immers ook nog niet samen.

Een anoniem gebleven persoon kon kennelijk het geluk van cliënte in het vinden van een nieuwe relatie niet verkroppen en stuurde een anonieme melding naar de gemeente dat er sprake zou zijn van samenwoning. Dat de gemeente vervolgens een onderzoek is gestart, dat is niet verwonderlijk, hoe zij dat deed, dat wel.

In plaats van immers zelf onderzoek te doen, besteedde de gemeente het onderzoek uit aan een privaat bedrijf, dat (toentertijd) bekend stond met de formule ‘no cure no pay’. Het bedrijf had dus een financieel motief om zo veel mogelijk voor cliënte belastende informatie te vinden. Hoe meer er werd gevonden, hoe meer er kon worden gedeclareerd. Naar ontlastende informatie waaruit bleek dat cliënte helemaal nog geen gezamenlijke huishouding voerde, werd dan ook niet hard gezocht.

Kortom: er had helemaal geen objectief en onafhankelijk onderzoek plaatsgevonden, maar de gemeente vorderde op basis van dat onderzoek wel klakkeloos ruim € 30.000,- aan verstrekte bijstand van de afgelopen jaren terug. Gelukkig zette de bestuursrechter hier een streep door met de overweging dat dit onderzoek slechts door (medewerkers van) het College van B & W mag worden uitgevoerd en niet mag worden uitgevoerd door privépersonen die een financieel belang hebben bij een bepaalde uitkomst in de zaak. Omdat het desalniettemin gebruiken van die informatie “zo zeer indruist” tegen dat wat van een behoorlijk handelend bestuursorgaan mag worden verwacht, oordeelde de rechter dat het onrechtmatig verkregen bewijs betrof waardoor cliënte gelukkig de genoten bijstand niet hoefde terug te betalen. En terecht, want zij voerde immers ook geen gemeenschappelijk huishouding.

Beslist uw gemeente tot een invordering van uw uitkering? Laat dit dan altijd toetsen door een advocaat, de ervaring laat immers zien dat dit kan lonen.

 

Mr. Robbert Poort/Advocaat

Lees meer

Opvragen camerabeelden loont!

Dat het opvragen van camerabeelden kan lonen dat heeft zojuist weer één van onze cliënten meegemaakt. Na een avondje stappen is er een persoon geweest die in een dronken bui heeft staan plassen over een politieauto. Dat is natuurlijk vervelend en ongehoord gedrag. Wat echter nog vervelender is, is wanneer je als niets vermoedende burger ineens wordt aangesproken omdat je dat gedaan zou hebben, terwijl je van niets weet. Maar voordat onze cliënt het wist werd hij met geweld en poespas in een politiewagen gezet omdat hij zou voldoen aan het signalement. Een signalement waar overigens 50 procent van het uitgaanspubliek aan voldeed, maar dat terzijde.

Vervolgens stond onze cliënt voor de politierechter voor het beledigen van de politie omdat hij over een auto van de politie zou hebben geplast. Daarnaast had hij ook nog een bekeuring gekregen voor wildplassen. Dat achtte ik dubbelop. Het dossier was echter duidelijk, want daarin stond een verklaring van een agent die camerabeelden had uitgekeken en deze had verklaard onze cliënt voor de volle honderd procent te herkennen. Maar onze cliënt was duidelijk: hij had dat echt niet gedaan!

Reden waarom ik de camerabeelden heb opgevraagd en deze beelden ter zitting bij de rechter heb laten afspelen. Wat bleek: hierop viel echt niemand te herkennen, laat staan onze cliënt! Zelfs de officier van justitie moest toegeven onze cliënt hier echt niet in te herkennen. Onbegrijpelijk waarom een agent meende zomaar cliënt hierin te (willen) herkennen. Laat uw zaak dan ook altijd door een advocaat beoordelen. Als er camerabeelden zijn, kan hij deze opvragen en toetsen of er wel echt wat op te zien valt. De politierechter was er dan ook snel klaar mee en sprak de cliënt vrij. En die boete voor wildplassen? Die gaat natuurlijk ook de prullenbak in!

Mr. Robbert Poort/Advocaat

Lees meer

Nieuw huwelijksvermogensrecht

Eind maart 2017 werd door de Eerste Kamer een wetsvoorstel aangenomen: Wetsvoorstel beperking gemeenschap van goederen. De inwerkingtreding van deze wet (vermoedelijk per 1 januari 2018) zal grote gevolgen hebben voor stellen die na die datum met elkaar in het huwelijksbootje stappen.

Nu is het zo dat wie trouwt, en daarover niets regelt bij de notaris, in gemeenschap van goederen huwt. Dat betekent dat het afzonderlijke vermogen van de beide huwelijkspartners samenvloeit tot één gemeenschappelijk vermogen. Met andere woorden: de studieschuld van je partner zal ook jouw studieschuld worden, maar zijn of haar fraaie auto wordt ook jouw gemeenschappelijke eigendom. Wanneer jij en je partner gaan scheiden, zullen alle bezittingen door de helft moeten worden gedeeld. Voor het aflossen van de schulden is men beide verantwoordelijk.

Met het wetsvoorstel wordt beoogd de automatische gemeenschap van goederen te beperken. Indien je huwt ná inwerkingtreding van de nieuwe wet, valt het vóórhuwelijksvermogen buiten de gemeenschap van goederen. De studieschuld die je partner al had, blijft dan uitsluitend zijn of haar studieschuld. In de huwelijksgoederengemeenschap zullen de baten en schulden vallen die jullie ná het huwelijk hebben verkregen of zijn aangegaan. De auto die je partner ná de huwelijksdatum aanschaft, is ook jouw auto.

Verder verandert het wetsvoorstel het een en ander ten aanzien van schenkingen en erfenissen:  schenkingen en erfenissen, die tijdens het huwelijk toekomen aan één van de partners, blijven van deze partner, ook als er geen uitsluitingsclausule is. Als iemand aan beide echtelieden wil schenken of nalaten, zal dat uitdrukkelijk moeten worden opgenomen.

Niet iedereen is blij met de komst van het nieuwe wetsvoorstel. Vooral voor ondernemers kan de nieuwe regeling lastig uit te voeren zijn, omdat moeilijk zal zijn aan te tonen welk vermogen vóórhuwelijks was en welk vermogen van daarna.  Ook vergt de nieuwe regeling dat echtelieden na scheiding zouden moeten kunnen aantonen dat een vermogensbestanddeel al vóór het huwelijk in zijn of haar bezit was. Dat zal niet altijd even eenvoudig zijn. Soms kan het dus alsnog van belang zijn om met behulp van een notaris huwelijkse voorwaarden te sluiten alvorens te trouwen.

Hoe het wetsvoorstel in de praktijk zal uitpakken, zal nog moeten worden bezien. Duidelijk is wel dat het raadzaam is om je goed te laten informeren voordat je in het huwelijk treedt.

Wilt u meer informatie over uw situatie? Neem dan vrijblijvend contact met ons op.

Mevrouw mr. I.M. Thieme/ advocaat

 

Lees meer

Klakkeloos uitgaan van beschuldigingen over plichtsverzuim door de werkgever (Defensie), leidt tot vernietiging besluit UWV

Een cliënt van mij, een militair bij Defensie, is vorig jaar ontslagen in verband met ernstig plichtsverzuim. De cliënt zou meerdere keren te laat zijn geweest en zelfs één keer onder invloed van alcohol op het werk zijn verschenen. Onder meer om die reden werd de beslissing genomen om hem te ontslaan. Op dat moment ging het echter al niet goed met hem, hij raakte in een neerwaartse spiraal en meldde zich ziek. Onterecht vond het UWV, want de cliënt was inmiddels verwijtbaar werkloos geworden en zou dus onterecht een beroep op de Ziektewet hebben gedaan.

Opvallend was hier echter dat het UWV in het geheel geen zelfstandig onderzoek had verricht. Geen geneeskundige onderzoek was bijvoorbeeld verricht om te controleren of de cliënt wel of niet terecht een beroep op de Ziektewet had gedaan. Het UWV was simpelweg uitgegaan van de mededelingen van de werkgever zonder nader onderzoek. Dit terwijl ik in beroep samen met de cliënt een genuanceerder beeld naar voren had gebracht waaruit bleek dat een en ander heel anders lag, als ook dat het hele ontslag nog niet definitief was en nog onder de rechter lag. Pas in beroep ging het UWV vervolgens onderzoek doen, maar dat vond de rechter te laat:

Uit het procesdossier volgt verder dat verweerder hangende beroep een brief, gedateerd 18 oktober 2016, naar de ex-werkgever van eiser heeft verstuurd, waarin vragen zijn gesteld over de wijze waarop een einde is gekomen aan de arbeidsovereenkomst van eiser. Door in het bestreden besluit vast te stellen dat sprake is van gedrag dat dermate verwijtbaar is dat eiser had kunnen weten dat dergelijk gedrag tot ontslag zou kunnen leiden en vervolgens pas in beroep hiernaar nog nader onderzoek te doen, heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank het bestreden besluit in strijd met artikel 3:2 van de Awb onzorgvuldig voorbereid.

Die overweging leidde ertoe dat het beroep gegrond werd verklaard, de proceskosten vergoed werden en het UWV een nieuwe beslissing moest nemen. Dat nieuwe besluit hield vervolgens in dat niet meer kon worden vastgesteld dat mijn cliënt een benadelingshandeling in het kader van de ziektewet had verricht. Dit heeft tot gevolg gehad dat mijn cliënt met terugwerkende kracht alsnog een Ziektewetuitkering heeft gekregen.

Is ook aan u een uitkering geweigerd? Laat dit dan altijd controleren door een advocaat of een jurist. Ons kantoor staat u hier graag in bij. De volledige uitspraak van deze zaak is door de rechtbank gepubliceerd op: ECLI:NL:RBOVE:2017:397

Robbert Poort / Advocaat

Lees meer

Hoogste bestuursrechter zet streep door intrekking gezinsbijstandsuitkering!

Mijn cliënten (een man en een vrouw) ontvingen een bijstandsuitkering voor samenwonenden: een gezinsbijstandsuitkering. Zo’n uitkering is hoger dan een uitkering voor een alleenstaande, maar is (uiteraard) lager dan twee keer een alleenstaande-uitkering omdat je nu eenmaal samen kosten kunt delen. Wat was er in deze zaak aan de hand? De man was in het buitenland opgepakt en kon door zijn detentie niet terug naar Nederland. Dit had (logischerwijs) gevolgen voor zijn bijstandsuitkering. Omdat hij, langer dan voor een vakantie gebruikelijk is, in het buitenland verbleef, had hij immers geen recht meer op een bijstandsuitkering. Intrekking van zijn uitkering viel dan ook te verwachten. De beslissing van de betreffende gemeente was echter anders: in plaats van alleen de uitkering van de man in te trekken, werd de gehele gezinsuitkering ingetrokken(!) Maar de vrouw zat gewoon nog in Nederland, kon helemaal niets doen aan de detentiesituatie in het buitenland, en was voor haar inkomsten natuurlijk nog steeds afhankelijk van een bijstandsuitkering.

“Probleem van de vrouw”, zei de gemeente, want dan had de vrouw maar zelf een nieuwe uitkering moeten aanvragen, omdat zij duurzaam was gescheiden van de man door de detentie. Ook de rechtbank Rotterdam gaf de gemeente – na een aanvankelijk scherpere toon op zitting – hierin gelijk. Gelukkig zag onze hoogste bestuursrechter het anders:

Uit 4.7 volgt dat het college er ten onrechte van uit is gegaan dat reeds vanwege het verblijf van appellant buiten Nederland de aan appellanten over de hier te beoordelen periode verleende bijstand naar de norm voor gehuwden diende te worden ingetrokken wegens wijziging van de leefvorm. Het bestreden besluit berust dan ook op een onjuiste grondslag. Daarmee is tevens de grondslag aan de terugvordering over deze periode komen te ontvallen. De rechtbank heeft dit niet onderkend. De aangevallen uitspraak dient daarom te worden vernietigd. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen, zal de Raad het bestreden besluit wegens strijd met de artikelen 3:2 en 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vernietigen.
Nu dient de gemeente alsnog na te gaan waarop het recht op bijstand moet worden bepaald rekening houdende met het inkomen van de echtgenoot. Nu dat waarschijnlijk nihil is geweest (want in detentie), betekent dit hoogstwaarschijnlijk dat zij alsnog een bijstandsuitkering als alleenstaande verstrekt zal krijgen. Wordt uw uitkering – om wat voor reden dan ook – stopgezet? Ga dan altijd naar een advocaat en laat uw situatie beoordelen nu de ervaring leert dat dit vaak loont.

 

Deze zaak is door de Centrale raad van beroep gepubliceerd op rechtspraak.nl onder het nummer: ECLI:NL:CRVB:2017:543

Robbert Poort/Advocaat

Lees meer

Opvarenden van Zr.Ms. Pelikaan vergeten?

Defensie bracht recentelijk het nieuws naar buiten dat het marinepersoneel van het Patrouilleschip Zr.Ms. Holland de Herinneringsmedaille kreeg voor de humanitaire hulpverlening bij Haïti in oktober 2016.

Tijdens deze operatie stonden er door de orkaan Matthew in het westen van het eiland amper nog gebouwen en bomen overeind en was er behoorlijk veel werk te verzetten en noodhulp te verlenen. Niet alleen het Patrouilleschip Zr.Ms. Holland, was daar echter actief, maar ook het bevoorradingsschip Zr.Ms. Pelikaan. Deze bemanning begrijpt daarom niet waarom zij niet worden genoemd?

Het gaat hen niet zozeer om de medaille, want die gaat wel vaker aan een militair voorbij en daar doe je het niet voor, maar om het gebaar.

U bent geïnformeerd!

Hein Dudink/Defensieadvocaat

Lees meer

De bevoegdheden van particuliere forensische onderzoeksbureaus

Regelmatig staan er in de krant en op het internet artikelen over particuliere forensische onderzoeksbureaus die een fraudeonderzoek hebben gedaan bij een bepaalde organisatie. Zo stond er recentelijk in het Haarlems Dagblad een artikel over het forensisch onderzoekbureau Integis uit Velsen-Zuid dat onderzoek heeft gedaan bij de voormalige Santpoortse jeugdzorg instelling OCK het Spalier.

Kenmerkend voor deze particuliere forensische onderzoeksbureaus is dat zij stellen criminaliteit op te sporen en bestrijden. Maar zijn criminaliteitsbestrijding en opsporing niet werkzaamheden die specifiek thuishoren bij de politie? Zijn deze onderzoeksbureaus überhaupt bevoegd tot zulke onderzoeken? Hoe ver mogen zij gaan in hun onderzoek.

De politie dient zich immers aan strenge regels te houden ten aanzien van bijvoorbeeld bewijsvergaring. Voor veel onderzoeksmethoden van de politie is toestemming van de rechter-commissaris vereist, maar particuliere forensische onderzoeksbureaus hoeven die toestemming niet te vragen. En dat terwijl particuliere forensische onderzoeksbureaus bijvoorbeeld e-mailverkeer onderzoeken door middel van speciale ‘spy software’. Ook heimelijke observatie door middel van camera’s, het opnemen van gesprekken, het betreden van niet openbare (besloten) plaatsen en het aftappen van telefoongesprekken zijn middelen die niet geschuwd worden door particuliere forensische onderzoeksbureaus.

En wat zijn de rechten en plichten van u als betrokkene? Bent u verplicht om mee te werken aan een onderzoek? Heeft u, zoals in het strafrecht ,het recht om te zwijgen? Moeten betrokkenen er door de onderzoekers op gewezen worden dat ze al dan niet tot antwoorden verplicht zijn?

Gelukkig zijn er wetten en regelgeving om de onderzoeksdrift van deze particuliere forensische onderzoeksbureaus te begrenzen en de rechten van betrokkenen beschermen. Daarnaast heeft de brancheorganisatie van de particuliere forensische onderzoeksbureaus heeft zichzelf gebonden aan een gedragscode. De vraag is echter of de particuliere forensische onderzoeksbureaus zich ook houden aan deze regelgeving.

Als er tegen u een onderzoek is ingesteld door een particulier forensisch onderzoeksbureau en u wilt weten wat uw rechten en plichten zijn of als u wilt dat er bij de bespreking van de onderzoeksresultaten een advocaat aan uw zijde staat, neem dan gerust contact met mij op.

Wijnand Westerman, advocaat,

e-mail: wgwesterman@dudinkstarink.nl,

telefoon: 0251-224646.

Lees meer

Kansloos? In ieder zaak zit wel wat!

Ook al lijkt een zaak kansloos te zijn: in ieder zaak zit wel wat. Laat u daarom als u verdachte bent in een strafzaak, altijd bijstaan door een advocaat. Ook in dit geval bleek die keuze te lonen.

Ons kantoor stond een meneer bij die in Nederland aan de politie een reisdocument liet zien dat niet echt was. De politie had dit door en arresteerde meneer. Het vluchten naar Nederland was voor onze cliënt de enige optie gelet op de situatie in het Midden-Oosten.

In dit geval leek het er echter op dat we weinig voor meneer konden betekenen: hij had bekend en uit onderzoek bleek dat het reisdocument vervalst was. Advocaat mr. Robbert Poort zag gelukkig wel mogelijkheden. Het bleek dat het openbaar ministerie ervoor had gekozen om meneer te vervolgen voor het voorhanden hebben van een vals document (artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht). Maar laat er nou juist voor deze situatie een speciaal artikel in de wet te zijn opgenomen, namelijk: het voorhanden hebben van een vals reisdocument (artikel 231 van het Wetboek van Strafrecht). Dat (subtiele) verschil maakte in deze zaak echter wel veel uit!

Want in de wet staat nu eenmaal dat wanneer er voor een bepaaldelijk gedraging een specifiek artikel voor een verbod in de wet is opgenomen, het openbaar ministerie niet mag kiezen om het algemene verbod ten laste te leggen. Dat was in deze zaak wel gedaan. Mr. Poort voerde dan ook aan dat meneer moest worden ontslagen van rechtsvervolging omdat deze fout was gemaakt. En dat gebeurde. In dit geval leverde dat voor meneer hetzelfde op als een vrijspraak, met een opheffing van de voorlopige hechtenis tot gevolg. Het openbaar ministerie is in hoger beroep gegaan, maar dat maakt deze cliënt niet uit: door deze blunder was hij immers alweer op vrije voeten..

Ook al lijkt uw zaak uitzichtloos, vaak zijn er dus wel mogelijkheden. Kortom: in ieder zaak zit wel wat, laat u dus altijd bijstaan door een specialiseerde advocaat!

Mr. Robbert Poort/Advocaat

Lees meer

Handboeien bij Burgerarrest?

Via onze website kregen wij de vraag of je bij een burgerarrest handboeien mag gebruiken.

Op grond van artikel 53 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering is eenieder bevoegd om een verdachte aan te houden wanneer het een ontdekking op heterdaad betreft. Dus wanneer een burger  iemand een strafbaar feit ziet plegen, dan ben je bevoegd om die persoon aan te houden, oftewel: een burger arrest.

Lid 4 van hetzelfde artikel bepaalt vervolgens dat je de aangehoudene onverwijld (dus zo spoedig mogelijk) aan een opsporingsambtenaar moet overdragen, welke persoon vervolgens de (hulp)officier van justitie in kennis stelt.

De vraag is wat te doen als een verdachte zich aan jouw arrestatie onttrekt. Omdat je als burger geen opsporingsambtenaar bent, zullen de handelingen van die persoon niet als wederspannigheid (verzet bij aanhouding, artikel 180 Wetboek van Strafrecht) kunnen worden aangemerkt.

Dat maakt echter nog niet dat je niet alles in het redelijke mag doen om ervoor te zorgen dat die persoon bij een opsporingsambtenaar terecht komt, rekening houdende met jouw veiligheid. De grens ligt echter wel bij handboeien, dat is niet geoorloofd.

De overheid heeft het geweldsmonopolie en bij dat monopolie ligt ook het gebruik van handboeien. Het is zelfs zo dat ook opsporingsambtenaren niet in alle gevallen handboeien mogen gebruiken. Alleen wanneer zij hun eigen veiligheid of de veiligheid van anderen anders niet kunnen garanderen, of om vluchtgevaar te voorkomen, mogen zij handboeien gebruiken (artikel 22 van de ambtsinstructie voor opsporingsambtenaren).

Omdat het gebruik van handboeien een behoorlijke inperking van iemands vrijheid betreft, mogen burgers handboeien niet gebruiken. Voor private beveiligingsbedrijven zijn uitzonderingen mogelijk, maar dan is eerst de toestemming van de Minister van Veiligheid en Justitie nodig.

Aan de andere kant is het de vraag wanneer je toch handboeien gebruikt, wat dan het gevolg is. Voor degene die je aanhoudt zal het in ieder geval weinig gevolgen hebben. Je bent immers op dat moment geen onderdeel van de politie en het is maar de vraag of jouw handelen de politie – en het openbaar ministerie in het verlengde – kan worden toegerekend. De aanhouding zal dus niet zonder meer als onrechtmatig worden aangemerkt. Mocht een rechter hier toch toe willen overgaan dan kan hij constateren dat er sprake is van een vormfout in het voorbereidende onderzoek, maar ook dat helpt die verdachte weinig. Waarschijnlijk heeft die verdachte namelijk geen rechtens te respecteren nadeel ondervonden van het gebruik van de handboeien, want was hij aangehouden door een politieagent dan was het waarschijnlijk niet anders verlopen.

Maar pas op: Voor jezelf kan het wel gevolgen hebben! Mocht de verdachte immers letsel hebben opgelopen ten gevolge van (het aanleggen van) de handboeien, dan kan hij aangifte doen van mishandeling. Tot een grote strafzaak zal het wellicht niet komen, maar voorkomen is beter dan genezen. Pas dus op!

Robbert Poort, advocaat bij Dudink & Starink Advocaten

Lees meer

Van erfgrens tot ergernis

In een dichtbevolkt land als Nederland staan de huizen vaak dicht op elkaar. Naaste buren hebben daardoor vaak met elkaar te maken, bijvoorbeeld daar waar het gaat om de inrichting van hun tuin. Het zonder overleg plaatsen van een hek, of het planten van bomen dichtbij de erfgrens leidt nog wel eens tot meningsverschillen of zelfs conflicten zoals je vaak bij de “rijdende rechter” voorbij ziet komen.

De wet geeft in boek 5 van het Burgerlijk Wetboek richtlijnen van wat een buurman wel en niet mag. Zo geeft artikel 5:42 BW bijvoorbeeld aan wat de afstand mag zijn waarop bomen en heggen vanaf de erfafscheiding mogen worden geplant. Het komt geregeld voor een buurman bomen plant, die volgens de wet te dicht op de erfgrens staan. Dat is natuurlijk geen probleem wanneer niemand daar last van heeft, maar als de bomen veel zonlicht tegenhouden of op een andere manier hinder veroorzaken, kan dat uiteindelijk uitmonden in een burenruzie. Dit kan soms zo hoog oplopen dat een klagende buurman uiteindelijk verwijdering van de beplanting vordert, terwijl er ook andere oplossingen denkbaar zijn. De verwijdering wordt dan vaak puur en alleen gevorderd om de ander een hak te zetten. Het “belang” van een zo’n vordering tot verwijdering wordt ook vaak niet duidelijk in de procedure naar voren gebracht, maar men beroept zich “uit principe” puur op de in de wet voorgeschreven afstand.

Tegen een dergelijke, niet onderbouwde vordering tot verwijdering van bomen zijn diverse juridische verweren te voeren, die er geregeld toe leiden dat een dergelijke vordering uiteindelijk door de rechter wordt afgewezen.

De advocaten van Dudink & Starink Advocaten zijn vanuit hun expertise van op de hoogte van het burenrecht. Dat geldt niet alleen voor bomen nabij de erfgrens, maar ook voor conflicten over schuttingen, de hemelwaterafvoer, ramen in een aanbouw die rechtstreeks uitzicht geven op uw tuin etc. Voor zover u een probleem heeft met uw buren; voelt u zich vrij om eens te informeren!

Jan Willem Hijnen/Advocaat

Lees meer